Lexicon: ABC van de portemonnee

ABC van de portemonneevan Aandeel tot Zichtrekening

A

Aandeel

Deelbewijs in het kapitaal van een onderneming. Geeft tevens recht op een aandeel in de winst (dividend) en stemrecht op de vergadering van aandeelhouders. Gemakkelijk verhandelbaar wanneer het aandeel noteert op de beurs.

Aandeel aan toonder

Aandeel dat vrij verhandelbaar is. De eigenaar ervan is de rechthebbende en is niet bekend bij de vennootschap. De aandelen aan toonder kunnen (zoals een bankbiljet) door eenvoudige overdracht worden overgedragen aan derden.

Aandeel op naam

Aandeel waarbij de naam van de koper in het register van de aandeelhouders van de vennootschap wordt geregistreerd. De aandeelhouder is dus bekend.

Aandeelhouder

Bezitter van één of meerdere aandelen en dus mede-eigenaar van een vennootschap.

Aandeelrendement

Het rendement op aandelen bestaat uit twee onderdelen: eventuele waardestijging van het aandeel en het periodiek uit te keren deel van de winst van de onderneming: het dividend. Zie ook dividendrendement. Om het rendement van de waardestijging van de aandelen te realiseren, moet men de aandelen eerst verkopen.

Aandelenanalyse

Verzamelnaam van een aantal methoden en technieken die gebruikt worden om een oordeel te krijgen over de toekomstige koersontwikkelingen van een aandeel. De meest gangbare zijn: fundamentele analyse, technische analyse en macro-economische analyse.

Aandelenemissie

Zie : emissie.

Aandelenfonds

Fonds dat in hoofdzaak in aandelen belegt. Het aanbod is uitgebreid: fondsen die wereldwijd beleggen, die gespecialiseerd zijn in een land of regio, in een sector of marktniche, actief of indexmatig beheerd, ... De beleggingspolitiek wordt uiteengezet in het prospectus.

Aandelenfuture

Futurescontract met een onderliggende waarde van aandelen. Er zijn futures in financiële instrumenten (indices, aandelen, rente, valuta) en in grondstoffen zoals agrarische producten (graan, aardappelen, soja, koffiebonen, slachtvarkens), edelmetalen (goud, zilver, palladium) en grondstoffen (olie, koper, lood).

Aandelenindex

Gewogen gemiddelde van de koersen van een aantal aandelen; met die index meten we de ontwikkeling van de koersen van die aandelen. Een aandelenindex wordt gezien als een graadmeter van de beurs.

Aandelenkapitaal

Totale bedrag van de nominale waarde van de uitgegeven aandelen bij een vennootschap en dat in de statuten is vastgelegd.

Aandelenoptie

Verhandelbaar recht om een pakket aandelen te kopen of te verkopen tegen een vooraf vastgestelde prijs op of tot een bepaald moment in de toekomst. Zie ook optie.

Aandelensplitsing

Splitsing in meerdere gelijke delen waardoor de nominale waarde van een aandeel daalt. Door splitsing van een aandeel kan de verhandelbaarheid toenemen.

Aanvrager van een verzekering

Zolang het contract niet tot stand gekomen is, spreken we van de aanvrager. De acceptatie gebeurt door de verzekeraar.

Aanwijzing

Het aanwijzen van een optiebelegger met een shortpositie om de verplichtingen op grond van zijn contract na te komen. De schrijver wordt dus verplicht de onderliggende waarde te leveren (bij een calloptie) respectievelijk af te nemen (bij een putoptie) tegen de uitoefenprijs.

ABS

Afkorting voor Asset Backed Securities. Obligaties gefinancierd en gewaarborgd door een portefeuille van schuldvorderingen (hypotheken, kredietkaartschulden, autoleningen, enz.). Door kredieten te verhandelen onder de vorm van effecten, krijgt de kredietinstelling vers geld binnen dat ze voor kredietverlening kan herinvesteren.

Absoluut returnfonds

(Beleggings)fonds met in essentie een gespreide portefeuille die volgens een bepaald beleggingsbeleid belegt in aandelen, obligaties, vastgoed en/of liquiditeiten. De doelstelling van een 'traditionele' vermogensbeheerder is om zijn beleggingen zo te beheren dat het rendement van die beleggingen hoger is dan die van een bepaalde index. Zo zal een beheerder van een Belgische aandelenportefeuille proberen beter te doen dan de BEL 20-index. Een absoluut returnfonds zal integendeel meestal proberen om elk jaar een vooraf vastgesteld rendement te halen, onafhankelijk van de prestaties van een aandelenindex.

Achtergestelde obligatie

Het achtergestelde karakter houdt in dat de houder bij faillissement van de uitgever van de obligatie slechts wordt vergoed na andere schuldeisers.

Achtergestelde termijnbelegging

Termijnbelegging die, bij vereffening van de financiële instelling die de belegging heeft uitgegeven, pas recht geeft op de terugbetaling van de hoofdsom en de nog niet uitgekeerde interest, nadat alle andere schuldeisers zijn vergoed. De aandeelhouders worden vergoed na de eigenaars van de achtergestelde termijnbelegging.

Acquisitie

Overname van een bedrijf door een ander bedrijf.

Actief beheer

Portefeuillebeheer waarbij de beheerder op basis van zijn marktvisie en verwachtingen actieve posities inneemt met als doel een beter beleggingsresultaat te halen dan dat van zijn benchmark. Tegenover de kans op een beter beleggingsresultaat staat het risico dat het resultaat achterblijft bij dat van de benchmark. . Tegenovergestelde van indexmatig beheer, passief beheer.

Arbitrage

Het gelijktijdig kopen en verkopen van effecten op verschillende markten, met het oog op het uitbuiten van koersverschillen. In ruime zin: de verkoop van effecten met de bedoeling om met de opbrengst andere effecten aan te kopen.

Actieve Aandelen

Aandelen die dagelijks noteren en die op een beurs het meest verhandeld worden.

Actieve positie

Positie die ontstaat wanneer het relatieve belang van sommige aandelen of obligaties in een beleggingsportefeuille afwijkt van hun belang in de referentie-index van die portefeuille.

Activaspreiding

Wijze waarop de portefeuille wordt belegd. Deze spreiding kan betrekking hebben op aandelen versus obligaties, vastgoed en cash, op renteproducten op korte versus lange termijn, op spreiding over economische sectoren of over landen of regio's, ... Er wordt een onderscheid gemaakt tussen strategische en tactische activaspreiding. Strategische activaspreiding verwijst naar een normportefeuille die gekozen is vanuit een langetermijnperspectief, rekening houdend met het risicoprofiel van de belegger en de doelstellingen van de belegging. In de tactische activaspreiding wijkt de belegger bewust van die normportefeuille af om in te spelen op zijn kortetermijnverwachtingen voor bepaalde activa. Synoniem: ‘assetallocatie’. Engels: ‘asset allocation’.

Activiteitsgraad

Werkende bevolking gedeeld door de bevolking op arbeidsleeftijd. Geeft weer welk deel van het totale potentiële arbeidsaanbod effectief aan het werk is. Synoniem: 'werkgelegenheidsgraad'. Tegenovergestelde van werkloosheidsgraad.

Actuarieel rendement

Berekening van het rendement op jaarbasis die niet alleen rekening houdt met de couponuitkeringen, maar ook met andere bepalingen zoals uitgifteprijs, couponfrequentie, coupondata, terugbetalingsprijs en eindvervaldag. Het is de enige manier om beleggingen waarvan de inkomsten en uitgaven ongelijk gespreid zijn in de tijd, op een objectieve manier met elkaar te vergelijken.

ADR

Afkorting van ‘American Depositary Receipt / Asian Depositary Receipt’. Nominatieve buitenlandse aandelen omgezet in toondercertificaten die aan de Europese beurzen genoteerd kunnen zijn.

AEX-index

De door Euronext berekende en onderhouden graadmeter van de lokale Nederlandse effectenmarkt. De AEX-index is een gewogen index die gebaseerd is op de koersen van de 25 meest verhandelde, in Nederland genoteerde ondernemingen op de effectenbeurs van Euronext. Onder andere de effectieve aandelenomzet in het voorgaande jaar is bepalend of een aandeel wordt opgenomen in de AEX-index. De weging van elk aandeel in de index is mee afhankelijk van de marktkapitalisatie van de vrij verhandelbare aandelen, maar kan nooit meer bedragen dan 10%. Jaarlijks wordt de AEX-index op de eerste handelsdag in maart herwogen. Op de AEX-index worden opties en futures verhandeld.

AEX-Lightopties

Opties op de AEX, waarbij de genoteerde premie tot stand komt door de AEX-index door tien te delen. De contractgrootte (standaardhandelshoeveelheid) bedraagt net zoals voor de AEX-opties 100. Met de AEX-Lightopties kan de cliënt voor een lager bedrag in opties op de AEX beleggen.

AEX-Optiebeurs

Derivatenbeurs van Amsterdam Exchanges die verantwoordelijk is voor de handel in opties op aandelen, goud en obligaties. De AEX heette voor 1983 de Europese optiebeurs (European Option Exchange).

Afgeleid product

Financieel instrument waarvan de waarde een afgeleide is van de waarde van een ander actief (de onderliggende waarde). De waarde van het afgeleide product wordt niet alleen bepaald door de waarde van het onderliggende actief, maar ook door tal van andere factoren (bijvoorbeeld de renteontwikkeling, de looptijd en de volatiliteit van het onderliggende actief, …). Er bestaan verschillende soorten afgeleide producten (forwards, futures, swaps, opties, ...) op verschillende soorten van activa (grondstoffen, munten, aandelen, ...). De kracht van afgeleide producten ligt in de hefboomwerking. Behalve als speculatief instrument kunnen ze ook worden gebruikt om een portefeuille te beschermen tegen bepaalde marktrisico's (hedgen), zoals wisselkoers- en renterisico's.

Afkoop

Als de verzekeringnemer op elk ogenblik voor de einddatum van zijn contract zijn reserve geheel of gedeeltelijk opvraagt, noemen we dat een volledige of een gedeeltelijke afkoop.

afloopmaand

Maand waarin een optie of een future ophoudt te bestaan of afloopt. De verschillende afloop- of expiratiemaanden vormen samen een cyclus.

agio

1.De afwijking naar boven van de beurskoers of de emissiekoers t.o.v. de nominale waarde respectievelijk t.o.v. de intrinsieke waarde. Bij een aflossing met agio wordt een obligatie tegen een hoger bedrag dan de nominale waarde terugbetaald. Als de nominale waarde 50 euro is en de actuele koers bedraagt 55 euro, dan is het agio dus 5 euro. 2. Het verschil tussen een contantkoers en een termijnkoers van een bepaalde munt, in het kader van onder meer een valutatermijncontract.

AIW

Afkorting van ‘As, If and When’. Dat betekent ‘zoals, indien en wanneer’ en heeft betrekking op effecten waarvan een notering is aangekondigd, maar die nog niet officieel genoteerd zijn. De AIW-handel wordt ook wel het grijze circuit of spookhandel genoemd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij snelgroeiende ondernemingen die nog niet geheel beursconform zijn.

alfa

Beweeglijkheid van de aandelenkoers, die alleen kan worden verklaard door bedrijfsspecifieke factoren en niet door de algemene marktschommelingen. Het verband met de marktontwikkelingen wordt dan weergegeven door de bèta. Samen bepalen alfa en bèta het totale beleggingsresultaat. Een beheerder creëert alfa als de samenstelling van zijn portefeuille een beter beleggingsresultaat oplevert dan die van de referentie-index en als die betere prestatie niet louter het gevolg is van de marktbeweging.

Algemene Vergadering van Aandeelhouders

(Beursgenoteerde) ondernemingen hebben onder meer de verplichting minstens eenmaal per jaar een Algemene Vergadering van Aandeelhouders te organiseren. Aandeelhouders kunnen door het aan hun aandelenbezit verbonden stemrecht tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders een zekere mate van invloed uitoefenen.

algemene voorwaarden

Gemeenschappelijke voorwaarden die voor alle producten van hetzelfde type gelden. In de algemene voorwaarden wordt onder meer bepaald wanneer een contract aanvangt, welke rechten men kan uitoefenen, welke risico’s zijn uitgesloten.

all or none order

Opdracht tot aankoop of verkoop van effecten die in zijn geheel in één keer vervuld moet worden. Wanneer het order niet in zijn geheel voldaan kan worden, wordt het order niet uitgevoerd en blijft het order bestaan. Een variant is de Fill or kill order die wél vervalt als het order niet direct uitgevoerd kan worden. Nederlandse tegenhanger: alles of niets-order..

all time high

Hoogste koers die een index of effect ooit heeft gehaald.

all time low

Laagste koers die een index of effect ooit heeft gehaald.

alles of niets-order

Opdracht tot aankoop of verkoop van effecten die in zijn geheel in één keer vervuld moet worden. Wanneer het order niet in zijn geheel voldaan kan worden, wordt het order niet uitgevoerd en blijft het order bestaan. Een variant is de Fill or kill order die wél vervalt als het order niet direct uitgevoerd kan worden. Engels: ‘all or none order’.

AMEX

Afkorting van ‘American Stock Exchange’. Een van de Amerikaanse effectenbeurzen, niet te verwarren met de NYSE.

Amsterdam All-Share index

Door Euronext berekende en onderhouden index die betrekking heeft op alle in Nederland genoteerde aandelen die worden verhandeld op de effectenbeurs van Euronext. De Amsterdam All-Share index (AAX) is onderverdeeld in meerdere economische sectoren. De Amsterdam All-Share index en de diverse deel-indices geven een zeer getrouw beeld van de prestaties van de gehele Nederlandse effectenmarkt en diverse deelsectoren. De AAX is een zogeheten benchmarkindex.

Amsterdam Exchanges

Officiële naam van de effecten- en optiebeurs van Amsterdam Nederland.

Annual meeting

Beursgenoteerde) ondernemingen hebben onder meer de verplichting minstens eenmaal per jaar een Algemene Vergadering van Aandeelhouders te organiseren. Aandeelhouders kunnen door het aan hun aandelenbezit verbonden stemrecht tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders een zekere mate van invloed uitoefenen. Nederlandse tegenhanger: ‘algemene vergadering van aandeelhouders’.

Anticipatieve heffing

Belasting die wordt geheven op een pensioenspaarrekening. Die heffing is meestal verschuldigd op het ogenblik dat de pensioenspaarder 60 jaar is geworden.

Arbeidsmarktrapport

Rapport dat een schat aan informatie bevat over de ontwikkeling van de interim-arbeid, het aantal gewerkte uren per week per werknemer, de loonkosten, … De publicatie van het Amerikaanse arbeidsmarktrapport kan elke eerste vrijdag van de maand op heel wat belangstelling van beleggers en analisten rekenen. Want zonder werkgelegenheidsgroei kan er geen sprake zijn van een houdbare economische groei.

As, if and when issued

Dat betekent ‘zoals, indien en wanneer’ en heeft betrekking op effecten waarvan een notering is aangekondigd, maar die nog niet officieel genoteerd zijn. De AIW-handel wordt ook wel het grijze circuit of spookhandel genoemd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij snelgroeiende ondernemingen die nog niet geheel beursconform zijn. Afkorting: AIW.

Assetallocatie

Wijze waarop de portefeuille wordt belegd. Deze spreiding kan betrekking hebben op aandelen versus obligaties, vastgoed en cash, op renteproducten op korte versus lange termijn, op spreiding over economische sectoren of over landen of regio's, ... Er wordt een onderscheid gemaakt tussen strategische en tactische activaspreiding. Strategische activaspreiding verwijst naar een normportefeuille die gekozen is vanuit een langetermijnperspectief, rekening houdend met het risicoprofiel van de belegger en de doelstellingen van de belegging. In de tactische activaspreiding wijkt de belegger bewust van die normportefeuille af om in te spelen op zijn kortetermijnverwachtingen voor bepaalde activa. Synoniem: ‘activaspreiding’. Engels: ‘asset allocation’.

Assignment

Het aanwijzen van een optiebelegger met een shortpositie om de verplichtingen op grond van zijn contract na te komen. De schrijver wordt dus verplicht de onderliggende waarde te leveren (bij een calloptie) respectievelijk af te nemen (bij een putoptie) tegen de uitoefenprijs. Nederlandse tegenhanger: ‘aanwijzing’.

At-the-money

Het aanwijzen van een optiebelegger met een shortpositie om de verplichtingen op grond van zijn contract na te komen. De schrijver wordt dus verplicht de onderliggende waarde te leveren (bij een calloptie) respectievelijk af te nemen (bij een putoptie) tegen de uitoefenprijs. Nederlandse tegenhanger: ‘aanwijzing’.

Automatisch sparen

Systeem waarbij een cliënt de bank de opdracht geeft om op geregelde tijdstippen automatisch een vast of variabel bedrag over te schrijven naar zijn spaarrekening.

Automatische uitoefening

Uitoefening van optiecontracten aan het eind van de looptijd zonder nadrukkelijke opdracht van de koper. Engels: automatic exercise. Tegengestelde: uitoefening op aanvraag (Engels: individual exercise).

AVA

Afkorting van: ‘Algemene Vergadering van Aandeelhouders’. (Beursgenoteerde) ondernemingen hebben onder meer de verplichting minstens eenmaal per jaar een Algemene Vergadering van Aandeelhouders te organiseren. Aandeelhouders kunnen door het aan hun aandelenbezit verbonden stemrecht tijdens de Algemene Vergadering van Aandeelhouders een zekere mate van invloed uitoefenen.

B

Bankkaart

Betaalkaart

Beleggingsmaatschappij

In een beleggingsmaatschappij leggen een groot aantal beleggers geld samen om te beleggen met één groot budget, met de bedoeling om de portefeuille te laten beheren door specialisten, het risico te spreiden, en de toegang tot de beurzen en buitenlandse markten te vergemakkelijken.

Beleggingsfonds

Aandeel in een beleggingsmaatschappij. De fondsen die gepromoot worden door Centea, zijn beleggingsproducten van het type Bevek of Sicav.

Berenmarkt

Neerwaartse trend op de beurs.

Betaalkaart

Verzamelterm voor iedere pas van kunststof waarmee betalingen kunnen worden verricht. Het kan daarbij gaan om een elektronische portemonnee, debetkaart, of creditcard.

Beurs

Hier worden aandelen en andere financiële producten verhandeld. De wet van vraag en aanbod bepaalt de prijs of koers van de producten.

Bevak

Afkorting voor “Beleggingsvennootschap met vast kapitaal”. Belgische ICB of Instelling voor Collectieve Belegging. Typisch voor een Bevak is dat ze haar kapitaal enkel kan optrekken door een formele kapitaalverhoging. Een bijzondere vorm is de vastgoedbevak.

Bevek

Afkorting voor “Beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal”. Belgische ICB of Instelling voor Collectieve Belegging. Typisch voor een Bevek is dat ze haar kapitaal kan wijzigen door nieuwe aandelen uit te geven of haar aandelen weer in te kopen, zonder de statuten te moeten wijzigen. Zie ook Beleggingsfonds.

BIC

Afkorting voor “Bank Identifier Code”. Identificatiecode van een bank. Te gebruiken bij Europese overschrijvingen, samen met het IBAN. De BIC van Centea is SPAABE22.

C

Cash, contant geld

Tastbaar geld in munten of biljetten of onmiddellijk opvraagbare tegoeden, in handen van het publiek.

CDO

Afkorting voor Collateralised Debt Obligations. Obligaties met schuldvorderingen als zakelijk onderpand. CDO’s worden uitgegeven door rechtspersonen die speciaal voor dit doel zijn opgezet door financiële instellingen. De actiefzijde van de balans van zulke “special purpose vehicle” bestaat uit de schuldvorderingen, de passiefzijde bevat de uitgegeven obligaties. De obligaties zijn niet homogeen, maar onderverdeeld in risicoklassen. Naargelang het risico dat de belegger bereid is te nemen, zal hij een groter deel van de opbrengsten ontvangen van de onderliggende schuldvorderingen.

CDS

Afkorting voor Credit Default Swap. Afgeleid financieel product (derivaat) met kredietverzekeringen als onderliggende waarden. Bij een kredietverzekering waarborgt de verzekeringsmaatschappij aan de kredietgever de goede terugbetaling van een krediet door de kredietnemer.

Coupon

Onderdeel van het couponblad van een materieel effect. Tegen inlevering van een coupon kan de houder de rente op effect incasseren. De datum en de plaats staan vermeld op de coupon.

Couponblad

Deel van een materieel effect, met name dat deel dat de coupons bevat. Zie ook Mantel.

Credit, creditverrichting

Plus, ontvangst

Creditcard

Betaalkaart waarbij de afrekening van de betalingen op een later moment en eventueel in termijnen gebeurt.

Creditsaldo

Tegoed, positief bedrag op de rekening, boekhoudkundig: schuld van de bank tegenover de cliënt

D

Debet, debetverrichting

Min, betaling, boekhoudkundig: vordering van de bank op de cliënt

Debetkaart

Betaalkaart waarbij de bedragen worden afgeschreven van de zichtrekening bij het doen van de betaling.

Debetsaldo

Schuld, negatief bedrag op de rekening

Derivaat

Financieel product dat van een ander product is afgeleid met de bedoeling om risico’s beter te spreiden of om de verhandelbaarheid van de onderliggende waarden te bevorderen. Voorbeeld: een aandelenoptie is een derivaat van het onderliggend aandeel.

Dividend

Als een bedrijf winst maakt, wordt die vaak gedeeltelijk uitgekeerd aan de aandeelhouders. Dit kan gebeuren in contanten, in aandelen, of een combinatie van beide.

E

Effecten

Verhandelbare eigendomsbewijzen van een deel van een vermogen, winst of verstrekte lening op lange termijn. Voorbeelden van effecten zijn aandelen en obligaties.

Effectenrekening

Elektronisch dossier waarin effecten in gedematerialiseerde vorm bewaard en beheerd worden.

Elektronische portemonee

Betaalkaart uitgerust met een chip, waarbij de betalingen worden verrekend met een reeds eerder van de zichtrekening afgeschreven som geld.

Emittent

Uitgever van effecten

Euronext

Europese beurs, ontstaan uit een samensmelting van de beurzen van Amsterdam, Brussel, Lissabon, Parijs en een deel van de beurs van Londen.

F

Fonds

Beleggingsfonds

Futures

Derivaat met een termijncontract als onderliggende waarde. Bij een termijncontract komt de verkoper met de koper overeen om een bepaalde hoeveelheid van een bepaald product aan een bepaalde prijs te leveren op een bepaald moment in de toekomst.

G

Girorekening

Zichtrekening

H

Hoofdsom

Verschuldigde som geld, zonder rekening te houden met interesten

I

IBAN

Afkorting voor “International Bank Account Number”. Internationaal bankrekeningnummer te gebruiken bij Europese overschrijvingen, samen met de BIC. U vindt dit nummer bovenaan uw rekeninguittreksels.

ICB

Afkorting voor “Instelling voor Collectieve Belegging”. Beleggingsmaatschappij.

Index

Beursgraadmeter. De Bel-20 index bijvoorbeeld geeft de evolutie weer van de belangrijkste aandelen die noteren op Euronext Brussel.

Inventariswaarde

Som van de waarde van alle effecten in de portefeuille van een beleggingsfonds, gedeeld door het aantal deelbewijzen in omloop.

J

Junk bond

Obligatie uitgegeven door een emittent met een zeer lage kwaliteit. Omdat er een grote kans bestaat dat de emittent op de vervaldag de lening niet zal kunnen terugbetalen, moet daar een hoge rentevergoeding tegenover staan. De koers van de obligatie zal stijgen als de kwaliteitsbeoordeling (rating) verbetert.

K

Kapitaalbescherming

Mate waarin het oorspronkelijk belegd kapitaal beschermd is tegen koersdalingen. Kapitaalbescherming zorgt ervoor dat de belegger eventuele minderwaarden van de onderliggende waarde helemaal niet (100% kapitaalbescherming) of slechts in beperkte mate moet incasseren. De bescherming geldt echter niet op eender welk moment. Bij beleggingsfondsen met kapitaalbescherming geldt deze bijna altijd op de eindvervaldag. Beleggingsfondsen met kapitaalbescherming hebben daarom steeds een vaste looptijd.

Kasbon

Schuldbewijs uitgegeven door een bankinstelling. Die verklaart een som ontvangen te hebben en deze terug te betalen op een bepaald ogenblik in de toekomst, met daarbovenop een vaste rente. Er zijn verschillende types van kasbons, al naargelang de looptijd en of de interesten uitgekeerd dan wel gekapitaliseerd worden.

Koers-winst verhouding

Verhouding van de aandelenkoers tot de nettowinst per aandeel. Als een aandeel bijvoorbeeld 20 euro noteert, en een nettowinst oplevert van 5 euro, dan is de koers-winstverhouding van dat aandeel 4.

Kredietkaart

Creditcard

L

Langetermijnsparen

Formule van fiscaal sparen voor particulieren en zelfstandigen. Afhankelijk van uw inkomen bedraagt de vermindering van de personenbelasting 30 tot 40%. Zie ook Pensioensparen. Specifieke rubriek in de belastingaangifte.

M

Mantel

Deel van een materieel effect, met name dat deel dat het eigendom belichaamt. Zie ook Couponblad.

MBS

Afkorting voor Mortgage Backed Securities. ABS met enkel hypotheekleningen als onderpand.

N

Nominale waarde

De “genoemde” of uitgedrukte waarde van een schuldbekentenis of ander effect. De nominale waarde kan afwijken van de verkoopwaarde.

O

Obligatie

Schuldbewijs uitgegeven door een onderneming of door de overheid. Die verklaart een som ontvangen te hebben en deze terug te betalen op een bepaald ogenblik in de toekomst. De schuldeiser krijgt een vaste rente die meestal jaarlijks wordt uitgekeerd. De rente hangt af van de marktrente op dezelfde looptijd, en van de kwaliteit van de emittent. Je kunt een obligatie ook tijdens de looptijd verkopen. De koers hangt af van het verschil tussen de marktrente en de rente van de obligatie, en de resterende looptijd.

Obligatiefonds

Beleggingsfonds dat belegt in obligaties.

Online bankieren

Het beheer van uw bankzaken via Internet.

Optie

Een recht om op een beurs effecten gedurende een bepaalde periode tegen een vooraf afgesproken prijs te mogen kopen of verkopen. Aan dit recht zijn kosten verbonden: de optieprijs of optiepremie.

P

Pensioenspaarfonds

Beleggingsinstrument, meestal samengesteld uit verschillende financiële producten en bedoeld om gebruik te maken van fiscale voordelen.

Pensioensparen

Formule van fiscaal sparen voor particulieren en zelfstandigen. Afhankelijk van uw inkomen bedraagt de vermindering van de personenbelasting 30 tot 40%. Zie ook Langetermijnsparen. Specifieke rubriek in de belastingaangifte.

R

Return, rendement

De procentuele winst of verlies van een belegging over een bepaalde periode, uitgedrukt op jaarbasis.

Roerende voorheffing

Een voorschot op de belasting die geheven wordt op de inkomsten uit roerende goederen (interesten, dividenden). Voor particulieren is deze voorheffing bevrijdend, wat betekent dat er nadien geen afrekening van personenbelasting meer gebeurt. Bovendien is er ook geen aangifteplicht meer.

S

Sicav

Afkorting voor “Société d’investissement à capital variable”. Bevek naar Luxemburgs recht.

Spaarrekening

Bankrekening waarmee cliënten kunnen sparen bij een bank, die daar een vergoeding in de vorm van rente voor geeft. De tegoeden zijn onmiddellijk opvraagbaar, maar anders dan bij de zichtrekening is het niet mogelijk om geld van een spaarrekening rechtstreeks over te boeken naar derden. Evenmin mag de spaarrekening een debetsaldo vertonen. “Gereglementeerd” wil zeggen dat de rente binnen de voorwaarden van art. 2 WIB 92 vrijgesteld is van roerende voorheffing.

Stierenmarkt

Opwaartse trend op de beurs.

T

Termijnrekening

Spaarrekening waarvan het saldo alleen bij het einde van de looptijd opvraagbaar is. Daar staat tegenover dat de rente hoger is. De rente is onderworpen aan roerende voorheffing.

U

Uitgifteprijs

De inschrijvingsprijs van een obligatie, uitgedrukt als een percentage van de nominale waarde. Voorbeeld: als de nominale waarde van een obligatie 1.000 euro is en de uitgifteprijs is 101%, dan betaal je 1.010 euro. Door de uitgifteprijs te verhogen bij een daling van de marktrente en omgekeerd, houdt de emittent de obligatie tijdens de uitgifteperiode aantrekkelijk.

V

Vastgoedbevak

Beleggingsvennootschap dat investeert in vastgoedbeleggingen. Aandeelhouders van vastgoedbevaks krijgen fiscale voordelen.

W

Warrant

Soort optie, met dat verschil dat de tegenpartij steeds een onderneming is of een financiële instelling.

Z

Zichtrekening

Bankrekening waarvan het saldo onmiddellijk opvraagbaar is. Geen of beperkte rentevergoeding. Ondersteunt zowel nationale als internationale betalingen en ontvangsten. De zichtrekening is de hoeksteen van de relatie met uw bank.

Uw agent

Ontdek wie uw lokaal agent is en geniet van onze persoonlijke aanpak.

Vul hier je postcode of gemeente in